Episode Details
Back to EpisodesTORcast – Rhythm is the thing
Description
Jazzdrum‑Playlist
(Volgorde: van vroeg → modern)
1. Gene Krupa – “Sing, Sing, Sing” (Benny Goodman, 1937)
De oerdonder van de swingdrums—Krupa maakt de toms en jungle‑feel wereldberoemd.
2. Baby Dodds – “Spooky Drums” (1946)
Een solo-opname die laat horen hoe vroeg-jazzdrummers kleur, ritme en improvisatie benaderden.
3. Max Roach – “Cherokee” (met Charlie Parker, 1945)
Razendsnelle bebop en totaal vernieuwend ride‑cymbalspel.
4. Art Blakey – “Moanin’” (1958)
Blakey’s “press roll thunder” en soulvolle drive: hét hard‑bop geluid.
5. Philly Joe Jones – “Two Bass Hit” (Miles Davis, 1958)
Super strakke rudiments, dynamische fills, en meesterlijke controle.
6. Elvin Jones – “A Love Supreme: Pt II – Resolution” (John Coltrane, 1965)
Golvende, spirituele storm aan polyritmiek. Volgens kenners één van de meest invloedrijke drumopnames ooit.
7. Tony Williams – “Seven Steps to Heaven” (Miles Davis, 1963)
Williams was 17 (!) en revolutionair in drive, vrijheid en cymbal‑articulatie.
8. Roy Haynes – “Snap Crackle” (1962)
Zijn bijna elektronische “snap & crackle” stijl komt hier volledig tot recht.
9. Billy Cobham – “Stratus” (1973)
Kracht, snelheid, precisie: Cobham zet een nieuwe standaard voor fusiondrums.
10. Steve Gadd – Intro van 50 Ways To Leave Your Lover
11. Steve Gadd – “Foam Home” (Steve Gadd Band – 70-Strong, 2015)
Legendarische precisie, frasevorming en groove—drummer’s favorite.
12. Peter Weissink – Up Jumped Spring (Keys and Beats – 2024)
Als toetje: de ‘huisdrummer’ en organisator van de Tor-JazzJamsessions: Peter Weissink en zijn muzikale companen John Hondorp en Sebatian Altekamp op hammond en piano.
Drums en slagwerk vormen de ritmische motor van jazz. Van de vroege “trap sets” in New Orleans tot de complexe metriek van het modern jazz‑drummen: elke periode bracht nieuwe technieken, geluiden en muzikale rollen.
1. Vroege jazz & New Orleans (1900–1920)
De moderne drumkit ontstond in New Orleans toen slagwerkers verschillende percussie-instrumenten combineerden tot één set (o.a. bass drum, snare en bekkens).
Kenmerken
- Tweeledige rol: ritme én kleur
- Veel marching band‑invloeden
- Gebruik van vroege “rudiments” en eenvoudige ritmiek
Belangrijke drummers
- Baby Dodds — pionier van het improvisatorische drumwerk
- Zutty Singleton — populair door zijn werk met Louis Armstrong
2. Swing Era & Big Bands (1930–1940)
Met de opkomst van bigbands werd de drummer een tijd-keeper die de dansbare “swing feel” moest dragen.
Kenmerken
- Focus op steady hi-hat en basdrum
- Grote orkesten → meer kracht en consistentie nodig
- Drumsoli worden een showelement
Belangrijke drummers
- Gene Krupa — maakte de tom-toms beroemd, enorme showman
- Chick Webb — krachtig, invloedrijk swingdrummer
- Jo Jones — verplaatste de “time” van basdrum naar ride-bekken, een mijlpaal
3. Bebop (jaren 40)
Bebop zette de drummer in een interactieve, minder voorspelbare rol. De muziek werd sneller, complexer en meer op improvisatie gericht.
Listen Now
Love PodBriefly?
If you like Podbriefly.com, please consider donating to support the ongoing development.
Support Us